Het is alweer een tijd geleden dat het tot een clash kwam tussen FNV Kiem-BBK en de staat der Nederlanden. In een bezuinigingsdrift als een lopend vuur besloot het kabinet eerst de 6% BTW op kunst en cultuur naar 19% te verhogen. Ondanks flink protest van de kunstenaars ging ten eerste de Tweede Kamer om – van wie je toch mag verwachten dat die een tegenwicht kan bieden tegen willekeur door de regering – en gelukkig blokkeerde de Eerste Kamer het voorstel, waardoor de invoering uitgesteld werd. Toen kwam de plotse afschaffing van de WWIK. Het siert BBK en FNV Kiem dat ze het voortouw hebben genomen en zo alert hebben gereageerd. Daarbij grepen ze terug op twee oude principes, een uit de politiek en een uit het recht. De Trias Politica en het principe van beginselvastheid.
Toen in 1789 tijdens de Franse revolutie het koningsbewind omging, was dat doordat de Franse koning absolute macht had en zijn volk financieel en fysiek zwaar onderdrukte. Zeg maar, zoals de moderne dictator als die ook nog zware belastingen zou innen. De ontwerpers van de Franse Republiek wilden voorkomen dat zo’n situatie zich ooit weer voordeed, en gebruikten een model van de filosoof Montesquieu: de Trias Politica. Daarin werd de macht in een land in drieën gedeeld: een deel voor de regering, een deel voor de volksvertegenwoordiging en een deel voor de rechterlijke macht. De bedoeling was dat deze drie elkaar in evenwicht zouden houden. Wie in de rechterlijke macht zat mocht niet in de regering of de volksvertegenwoordiging zitten, dat gold ook voor de andere machten ook. De drie machten hadden allemaal een eigen verantwoordelijkheid ten opzichte van het volk, en moesten elkaar altijd in de gaten houden om te zorgen dat een van ze hun macht niet misbruikte, waardoor er weer zulke wantoestanden konden ontstaan als tijdens de middeleeuwen.
Je zou denken dat zo’n principe 223 jaar later toch niet meer nodig zou zijn. Maar de lessen van de Franse republiek vertalen zich toch naar deze tijd. Ten eerste, het kabinet. Besloten wordt te bezuinigen. De volksvertegenwoordiging hoort het volk te vertegenwoordigen, dus de wil van het volk te verdedigen. In het geval van de 19% BTW op kunst en cultuur weerden de twee Kamers van ons parlement zich kranig. Met veel moeite kreeg het kabinet de 19% erdoorheen. Laat, maar toch.
Dan de WWIK. Het kabinet wilde bezuinigen. En ons parlement, dat toch het volk vertegenwoordigt, en dus ook de kunstenaars, ging daarin mee. De WWIK heeft een structuur voor de ondernemingswijze van kunst. Binnen tien jaar mag een creatieve ondernemer die gebruik maakt van de WWIK hier in totaal 4 jaren op terugvallen als het hem/haar niet lukt op eigen benen komen te staan. Dat is juist gecalculeerd, toch? Kunstenaars investeren lichaam, hart en ziel in hun werk als ze ondernemers zijn. Gewone ondernemers krijgen 5 jaar om te leren op eigen benen te staan en daar gaat zeker 70% van onderuit. Ze zijn winstgericht en laten paden die niet naar winst leiden buiten hun werk. Kunstenaars-ondernemers kunnen dat niet doen, die moeten er 100% voor gaan. Kunst heeft zo bezien een geestelijke inslag, het is een geestelijke opdracht waarin het geweten van een individu en de mens wortelt. Hoe dan ook, die 10 jaar ruimte werd ineens teruggebracht naar een half jaar. Binnen een half jaar moest een kunstenaar op eigen benen staan en anders basta. Niks geestelijkheid. Pure materie. De volksvertegenwoordiging kwam niet voor zijn burgers/kunstenaars op. FNV Kiem en BBK stapten naar de rechterlijke macht. En die gaf de kunstenaars gelijk. Lang leve de Trias Politica.
Beginselvastheid was het argument van FNV Kiem en de BBK. Dat betekent: een burger moet ervan op aan kunnen, dat als een overheid iets belooft, ze dat ook nakomt. Een overheid kan niet zomaar beloften aan burgers overboord gooien, omdat de overheid dat zomaar besluit, de meerderheid van het volk schreeuwt dat dat moet of omdat er bezuinigd moet worden. Helemaal niet wanneer zulke beloften in wetten vervat zijn. Die zijn nog moeilijker om te stoten dan beloften. Gelukkig weten de rechters dat heel goed. Lang leve beginselvastheid, lang leve de Trias Politica.
Ik parafraseer tenslotte drie grote denkers en doeners uit de geschiedenis. Ten eerste Aldous Huxley, visionair en Amerikaans professor: “Wanneer iemand een volk wil breken, vernietigt hij eerst de bastions waarin de geestelijkheid van dat volk zetelt.” Daisaku Ikeda, boeddhistisch leider: “Kunst is een uitdrukking van menselijkheid. Van een regering die kunst als een hobby beschouwt, kan niet gezegd worden dat dat een daadwerkelijk humanitaire regering is.” En tenslotte Winston Churchill, conservatief Brits regeringsleider tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen hem door het kabinet voorgesteld werd op kunst en cultuur te bezuinigen vanwege de torenhoge oorlogskosten, keek Churchill hem versteld aan en zei: “Maar waar vechten we dan nog voor?”
© Dumpjekunst 2012, op dit artikel rust copyright.